Volgens de theorie zijn er drie grote pijlers die stevig moeten staan om eenvolwaardige sporter te zijn: trainen – rusten en eten. Als deze drie de nodige aandacht krijgen en in evenwicht zijn, dan ben je een compleet atleet. Ik voeg daar voor mij als mountainbiker nog eens de zuil techniek op de fiets aan toe en het plaatje klopt helemaal.

Via deze blog geef ik je mee hoe deze vier stappen me op mijn parcours als competitief mountainbiker naar de top gebracht hebben. Hoe ik zes jaar geleden begon met trainen om mijn collega’s op zondag tijdens een toertocht te kunnen volgen en hoe ik vandaag op de yogamat lig, in de fitnesszaal trek en duw aan gewichten en op hotel mijn eigen potje kook. Net als de pro’s.

Klinkt dit extreem? Geef toe, zelfs als amateurs zijn we er toch allemaal mee bezig om elkaar de loef af te steken om beter, sterker, sneller te zijn dan onze vrienden en mededingers in een wedstrijd of zelfs gewoon op training? “Een echte amateur: dat bestaat niet meer, elke sporter beschouwt zichzelf als een prof.”, hoorde ik onlangs nog vallen in een geanimeerd discussie over sport. En dat klopt, erg is het niet, maar laten we het dan wel juist doen en ons eventueel laten begeleiden door mensen die er verstand van hebben. Het is de renner die trapt, de loper die loopt, maar voor elke prof staat er aan de zijlijn een volledig team dat zich evenveel voor zijn prestaties inzet als de atleet zelf. Wij kunnen onszelf op ons niveau ook laten omringen door zulke mensen. Ik heb gezocht en heb op het juiste moment de juiste personen gevonden die me telkens een stapje verder brachten op de weg naar een volwaardig biker.

Vandaag geef ik jullie wat meer inzicht in de eerste stap:

STAP I: Trainen met een trainer

Een coach, de externe motivator.

Sven Nys heeft een trainer, volgens het woordenboek: iemand die dieren of mensen begeleidt bij het leren van iets, die iemand is Paul Van Den Bosch. Ik wilde ook leren hoe ik mijn conditie kon verbeteren. En liefst van een specialist ter zake. Paul bleek onbereikbaar, maar iemand anders van het sportdepartement van de KUL (Katholieke Universiteit Leuven) wilde en kon zich wel om mij bekommeren voor een aanvaardbaar budget. Ondertussen zijn we zes jaar verder en werk ik samen met mijn derde coach. Als sporter en mens evolueer je en je noden en verwachtingen veranderen.

Wat is je doel?

Het eerste wat een trainer aan je zal vragen is: Wat is je doel? Waar wil je naartoe werken?

Een doel leg je vast op een bepaald tijdstip in de toekomst in functie van de beschikbare tijd die je hebt om aan je trainingen te besteden. Als je in oktober start met trainen kan een doel bijvoorbeeld zijn om in augustus een fietstocht van honderd kilometer uit te rijden binnen een bepaalde tijd. Je legt tussendoelen vast die je ijkpunten zijn als test dat je goed op weg bent. Een tussendoel is bijvoorbeeld in januari een toertocht van tachtig kilometer rijden en in mei een tocht van honderd kilometer uitrijden zonder tijdslimiet. Omdat trainen lineair is,je wil morgen beter zijn dan gisteren, is een doel uiterst belangrijk. Zonder doel voor ogen draai je in een cirkeltje en is progressie maken moeilijk. Bovendien werk je ook met een spanningsboog naar het doel toe en bouwt je coach de intensiteit van de trainingen op waarna een rustperiode volgt bij het bereiken van je doel. Voor lichaam en geest is deze decompressieperiode na het voltooien van de uitdaging een noodzaak. Het richtpunt is naast je trainer ook je belangrijkste motivator om de trainingen vol te houden. Mijn eerste streefdoel op de mountainbike was om mijn mannelijke meer ervaren collega’s niet tot last te zijn op een wekelijkse toertocht. De volgende uitdaging werd om de Absa Cape Epic uit te rijden. Later trainde ik om deze race te winnen. Het eerste jaar dat ik in de winter trainde beeldde ik me op een koude natte trainingsrit in hoe ik enkele maanden later onder een stralende zon over de finishlijn in Zuid-Afrika zou rijden, ik kreeg het opslag warm en trapte als vanzelf een tandje groter.

Laat je testen: meten is weten!

Aangezien het bij trainen om progressie maken gaat, moeten we die evolutie tegen over een beginwaarde kunnen plaatsen. Die waarde bepalen we door een inspanningstest.

Als je een trainer hebt gevonden gaat die je altijd vragen om een inspanningstest te doen.

Meten is weten. Aan de hand van je hartslagzones kan je ook gestructureerd aan de slag.

“Maar een inspanningstest blijft natuurlijk een test.”, zegt Paul Van Den Bosch. “De beste test is de uitdaging zelf. Ik heb nog nooit een renner die slechte tests aflegt een toprenner zien worden. Anderzijds wil het niet zeggen dat wanneer je een goede test aflegt je ook perse kampioen wordt. Dan zouden er wel wat meer kampioenen rondrijden dan nu het geval is. Er zijn verschillende factoren die een invloed hebben op je prestaties. Je moet niet alleen een atletische bagage geërfd hebben, maar je moet ze ook kunnen omzetten in de praktijk: gedrevenheid en karakter, mentale weerbaarheid, aangepaste sociale omgeving, om maar enkele factoren te noemen.”

Hoe vind je zelf een goede trainer?

Informeer bij collega sporters, misschien werken zij met een coach samen of kennen ze iemand. Door ervaringen uit te wisselen kom je veel te weten, maar onthoud dat iedereen verschillend is. Een bepaalde manier van werken kan bij je vriend aanslaan, maar daarom niet bij jou. Ik heb me twee jaar laten begeleiden door een coach die door collega’s een beul werd genoemd, ik heb die twee jaar een enorme progressie gemaakt en me geen dag afgebeuld gevoeld. Je goed voelen bij iemands persoonlijkheid is net zo belangrijk als de manier van werken. Type in Google de termen “trainer sportprestaties” in, en je krijgt een hele pagina bruikbare links. Maak een afspraak met enkele potentiële trainers en laat je leiden door je gevoel. Begin met een maand begeleiding als testperiode en aarzel niet om te veranderen als de samenwerking stroef loopt. Het is niet noodzakelijk dat je coach dezelfde sport beoefent, het gaat om het verbeteren van je conditie, het tunen van je motor en dit staat los van het type sport je doet. “Voor een coach is er geen verschil in het trainen van een fietser of een andere atleet, de basisprincipes blijven bij elke sport hetzelfde.”, volgens Paul Van Den Bosch. Mijn huidige coach is licentiaat lichamelijke opvoeding en kinesist (fysiotherapeut). Ik kwam al anderhalf jaar wekelijks bij haar in het fitnesscentrum toen ik plots besefte dat onze gesprekken bestonden uit het delen van ervaringen en het geven van tips en advies. Onbewust had ze de taak van coach op zich genomen, ze maakte enkel de trainingsschema’s nog niet. Het was voor mij een logische keuze om de samenwerking met mijn toenmalige trainer stop te zetten en te starten met An. Aangezien we elkaar fysiek zien loopt de communicatie veel vlotter en kan ze korter op de bal spelen. Ik moet toegeven dat ik het best spannend vond, ik was zenuwachtig alsof ik van job veranderde.

Ben je geprikkeld om ook een coach onder de arm te nemen? Ik kan het je alleen maar aanbevelen. Maar doe het alleen als je echt vastberaden bent en als je weet dat je je engagement zal kunnen volhouden. Ik wens jullie veel succes met het bepalen van jullie eerste doelen. Volgende keer komt de tweede pijler voeding aan bod.